Bedrijfspand kopen als belegger: breng technische staat en energielabel vooraf in kaart
Het rendement op een bedrijfspand wordt grotendeels bepaald vóór de overdracht. Twee onderzoeken geven daarbij houvast: een bouwkundige keuring van de technische staat en een opname voor het energielabel. Achterstallig onderhoud drukt jarenlang op de exploitatie, en een kantoorpand zonder het vereiste label mag in veel gevallen niet als kantoor worden gebruikt. Wie beide punten vroeg in het aankooptraject onderzoekt, kan de uitkomsten nog meenemen in de prijs en de voorwaarden.
Wat een bouwkundige keuring zichtbaar maakt
De technische staat van het pand breng je in beeld met een Bouwkundige keuring, een visuele en niet-destructieve inspectie waarbij niets wordt opengebroken. De keurder beoordeelt zichtbare onderdelen zoals het dak en de gevels, en legt de bevindingen vast in een rapport met een indicatie van direct noodzakelijk herstel en onderhoud op termijn. Voor een belegger is dat rapport vooral een rekengereedschap. Het maakt duidelijk welke kosten er in de eerste exploitatiejaren aankomen en of de vraagprijs daarbij past.
Even belangrijk is wat de keuring niet laat zien. Gebreken achter de afwerking of onder de grond vallen buiten het zicht van de keurder. Bij oudere panden in Amsterdam, waar veel gebouwen op houten palen staan, kan de keurder wel aanleiding zien voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld naar de fundering of naar vocht. In dat geval is het verstandig dat vervolgonderzoek vóór de overdracht te laten uitvoeren, zodat de uitkomst nog in de onderhandeling kan worden meegenomen.
Het energielabel bepaalt wat je met een kantoorpand mag
Voor kantoorpanden geldt een wettelijke labelplicht. Zonder energielabel C of beter mag een kantoor boven een bepaalde oppervlakte niet als kantoor worden gebruikt, met uitzonderingen voor onder meer monumenten. De actuele eisen en uitzonderingen staan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer die bij aankoop, omdat de regels kunnen wijzigen. De gemeente kan bij overtreding handhaven, wat het label tot een harde voorwaarde in de businesscase maakt in plaats van een formaliteit.
Ook buiten die kantorenplicht weegt het label mee. Huurders letten op energiekosten. Daarnaast betrekken veel geldverstrekkers het label bij de financiering. Voor het aanvragen energielabel bedrijfspand neemt een gediplomeerd energieadviseur het pand op, waarna het label officieel wordt geregistreerd. Staat er nog geen geldig label op het pand dat je wilt kopen, dan loont het om die opname vóór de aankoop te laten doen. Zo weet je of er verduurzamingsmaatregelen nodig zijn en kun je die kosten meenemen in het bod.
Beide onderzoeken combineren in de aankoopfase
Keuring en labelopname sluiten inhoudelijk op elkaar aan, dus gecombineerd uitvoeren ligt voor de hand. De bouwkundige staat bepaalt mede welke verduurzamingsmaatregelen haalbaar zijn: isoleren van een dak dat toch vervangen moet worden, is een andere afweging dan isoleren van een dak dat nog jaren meegaat. Bureaus die beide specialismen onder één dak hebben, zoals Keuringsdienst voor Wonen in de regio Amsterdam, kunnen de onderzoeken in één opdracht combineren. Dat scheelt afstemming en levert één samenhangend beeld op van de technische staat en de verduurzamingsopgave.
Net als bij woningen kun je ook bij zakelijk vastgoed een bouwkundige keuring als voorbehoud in de koopovereenkomst opnemen. Vallen de herstelkosten hoger uit dan een afgesproken grens, dan kun je heronderhandelen of van de koop afzien zonder de waarborgsom te verliezen.
De volgorde vóór de handtekening
Plan de keuring en de labelopname zodra er overeenstemming op hoofdlijnen is, maar vóór het tekenen van de definitieve overeenkomst. Verwerk de herstel- en verduurzamingskosten uit beide rapporten in de exploitatiebegroting en toets het resultaat aan het beoogde rendement. Controleer daarnaast bij RVO welke labeleisen op het moment van aankoop gelden voor het type pand. Met die drie stappen koop je op basis van cijfers in plaats van aannames, en dat is bij zakelijk vastgoed het verschil tussen een berekend risico en een gok.